Een vrouw bij ons in de buurt praat tegen haar 2-jarige zoontje alsof het een jongetje van 2 jaar is. Dat klinkt logisch maar als ik het hoor gaan mijn haren overeind staan. Het zijn een soort melodieuse zinnen, allemaal lief bedoeld maar in mijn ogen ronduit betuttelend; het spanningsveld tussen aansluiten en gelijkwaardigheid.
Mijn streven is gelijkwaardigheid. Niet alleen met mijn gelijken, maar juist ook met mensen die een andere status hebben, een andere achtergrond hebben of andere cultuur dragen. Gelijkwaardigheid in diversiteit. Proberen te blijven aansluiten als de ander mij niet begrijpt, als ik iets raar vind van wat de ander doet, of als iemand iets dat ik al kan heel onhandig doet. En niet door het over te pakken, maar door bijvoorbeeld een keer wat langer te wachten, te vragen waarom iemand het zo doet, of me af te vragen op welke manieren ik het nog meer zou kunnen doen. Mezelf vragen te stellen, diversiteit aan te grijpen om te reflecteren op mezelf.
Gelijkwaardigheid betekent niet gelijkheid. Ik begrijp heus wel dat die ene baas die een half uurtje voor me vrij heeft weten te maken meer macht heeft dan ikzelf. Maar als deze hoge baas tegen me gaat praten alsof ik de wereld minder goed begrijp dan hij (omdat ik een dom antwoord heb gegeven op zijn vraag), dan ontstaat er ongelijkwaardigheid en verliezen we contact. En dat terwijl mijn domme antwoord hem eigenlijk ook weer wat zou kunnen vertellen. Of mij op scherp kan zetten.
Zodra er ongelijkwaardigheid onstaat, zit er een oordeel in de weg. En door dat oordeel wordt er niet meer gekeken. Het oordeel geeft een kader in hoe je de wereld om je heen aanschouwt en bepaalt daarmee wat je ziet (en nog meer wat niet, zie dit filmpje voor een illustratie van wat kaderen in je waarneming tot gevolg kan hebben).
Waarom al die moeite doen voor gelijkwaardigheid? Gelijkwaardigheid is de weg naar contact. Echt contact. Waarin we elkaar voelen, elkaar zien. Elkaar waarderen op wie we zijn, niet alleen op wat we doen. Misschien kan Apple de gelijkhwaardigheidbril ontwikkelen?
En dan nu die buurvrouw. Ik begrijp mijn buurvrouw wel, ze is zo dol op haar zoon dat ze zoveel mogelijk contact wil maken. De aanname is waarschijnlijk: "Als ik net zoals hij ga praten, dan maak ik zoveel mogelijk contact". Ik heb mijn aanname van haar niet getoetst. Oeps, een oordeel.
Thursday, February 21, 2013
Tuesday, September 11, 2012
Al doende leert men
“We worden overal voor opgeleid behalve voor het opvoeden van onze kinderen,
terwijl dat toch het belangrijkste is wat we in het leven te doen hebben”.
Ik probeer me daar een voorstelling van te maken:
Het is 20.00 uur. Ouders druppelen binnen, sommige samen, sommige
alleen. Koffie wordt ingeschonken, gesprekjes worden opgestart.
“Hoeveel kinderen hebben jullie?”
“2”
“ Oh, leuk. Hoe oud zijn ze?”
De docent komt binnen. Een vrolijke, mooie, blonde vrouw. Ze roept iedereen met een grote glimlach binnen en leidt de avond in met een verhaal over haar ervaring met opvoeden en de verbazing die ze had over het feit dat er geen opleiding bestond voor deze uitdagende en meest belangrijke taak die ons te doen staat in het leven. Iedereen knikt instemmend en geeft blijk van herkenning. De avond wordt besteed aan het uitwisselen van ervaringen en het aanreiken van andere
manieren hoe je om kunt gaan met een kind dat boos uit school komt, dat driftbuien heeft, dat niet wil eten, dat moeilijk over gevoelens praat, dat zijn draai niet vindt op school.... Iedereen gaat met nieuwe ideeën naar huis, vol goede moed om de volgende dag anders op te starten dan voorheen.
Ik zou het om willen draaien. Hoe raar is het dat we een opleiding zouden volgen van iets waarvan de ware leerschool zich in ieder moment van de dag voordoet. En hoe gek is het dat die opleiding dan plaatsvindt gedurende de enige uren dat de kinderen er zelf niet zijn, in de avond. Hoe waardevol zou het zijn als het leren op het moment suprême zou plaatsvinden; op het moment dat je kind een driftbui krijgt, met eten begint te gooien of het op een krijsen zet als hij geen ijsje mag? Het zou wat zijn dat je tijdens het krijsen van je kind denkt: “Vanavond tijdens de cursus ga ik eens vragen wat ik op zo’n moment zou kunnen doen” om vervolgens de boel de boel te laten. Dat is wel wat een cursus kan bewerkstelligen: in plaats van een experimentele instelling waarin je bereid bent fouten te maken, neem je een afwachtende houding aan omdat er een moment is vastgelegd waarop je analytisch naar de moeilijke situatie die zich voordoet zal gaan kijken.
Als moeder van 4 leer ik me suf en maak dus heel veel fouten. Soms snauw ik waar dat niet nodig is, ik vergeet dingen, vraag ze soms dingen die ze nog helemaal niet kunnen of grijp in waar ik niet had moeten ingrijpen. Soms lukt het me de fout ter plekke of iets later te herstellen. Soms niet. Ik hoop dat ik de kinderen leer dat ze fouten kunnen maken, gewoon omdat ik dat doe. Ik leer, zij leren.
terwijl dat toch het belangrijkste is wat we in het leven te doen hebben”.
Ik probeer me daar een voorstelling van te maken:
Het is 20.00 uur. Ouders druppelen binnen, sommige samen, sommige
alleen. Koffie wordt ingeschonken, gesprekjes worden opgestart.
“Hoeveel kinderen hebben jullie?”
“2”
“ Oh, leuk. Hoe oud zijn ze?”
De docent komt binnen. Een vrolijke, mooie, blonde vrouw. Ze roept iedereen met een grote glimlach binnen en leidt de avond in met een verhaal over haar ervaring met opvoeden en de verbazing die ze had over het feit dat er geen opleiding bestond voor deze uitdagende en meest belangrijke taak die ons te doen staat in het leven. Iedereen knikt instemmend en geeft blijk van herkenning. De avond wordt besteed aan het uitwisselen van ervaringen en het aanreiken van andere
manieren hoe je om kunt gaan met een kind dat boos uit school komt, dat driftbuien heeft, dat niet wil eten, dat moeilijk over gevoelens praat, dat zijn draai niet vindt op school.... Iedereen gaat met nieuwe ideeën naar huis, vol goede moed om de volgende dag anders op te starten dan voorheen.
Ik zou het om willen draaien. Hoe raar is het dat we een opleiding zouden volgen van iets waarvan de ware leerschool zich in ieder moment van de dag voordoet. En hoe gek is het dat die opleiding dan plaatsvindt gedurende de enige uren dat de kinderen er zelf niet zijn, in de avond. Hoe waardevol zou het zijn als het leren op het moment suprême zou plaatsvinden; op het moment dat je kind een driftbui krijgt, met eten begint te gooien of het op een krijsen zet als hij geen ijsje mag? Het zou wat zijn dat je tijdens het krijsen van je kind denkt: “Vanavond tijdens de cursus ga ik eens vragen wat ik op zo’n moment zou kunnen doen” om vervolgens de boel de boel te laten. Dat is wel wat een cursus kan bewerkstelligen: in plaats van een experimentele instelling waarin je bereid bent fouten te maken, neem je een afwachtende houding aan omdat er een moment is vastgelegd waarop je analytisch naar de moeilijke situatie die zich voordoet zal gaan kijken.
Als moeder van 4 leer ik me suf en maak dus heel veel fouten. Soms snauw ik waar dat niet nodig is, ik vergeet dingen, vraag ze soms dingen die ze nog helemaal niet kunnen of grijp in waar ik niet had moeten ingrijpen. Soms lukt het me de fout ter plekke of iets later te herstellen. Soms niet. Ik hoop dat ik de kinderen leer dat ze fouten kunnen maken, gewoon omdat ik dat doe. Ik leer, zij leren.
Een pleidooi
voor het gezonde verstand in de dagelijkse praktijk. Om niet op safe te spelen,
niet naar perfectie te streven en ook de meest basale taak in het leven te ver-cursussen,
maar het echt te doen. Leven.
Monday, May 16, 2011
In het cafe
Naast me zitten twee scholieren, te werken achter hun laptop, ze bereiden een presentatie voor.
Na een tijd staat een van de twee op.
"Dus je komt wel nog naar school?"
"Ja"
"Dan ga ik nu".
"En zeggen dat je naar de tandarts bent geweest".
"Ja, slaat nergens op dat we steeds een smoes moeten verzinnen. Waarom kunnen we niet gewoon zeggen dat we eerst even thuis hebben gewerkt?"
"Leraren denken dat je minder goed kan werken thuis."
"Slaat nergens op. Ik ga, tot zo."
Ik type rustig door.
Na een tijd staat een van de twee op.
"Dus je komt wel nog naar school?"
"Ja"
"Dan ga ik nu".
"En zeggen dat je naar de tandarts bent geweest".
"Ja, slaat nergens op dat we steeds een smoes moeten verzinnen. Waarom kunnen we niet gewoon zeggen dat we eerst even thuis hebben gewerkt?"
"Leraren denken dat je minder goed kan werken thuis."
"Slaat nergens op. Ik ga, tot zo."
Ik type rustig door.
Monday, April 18, 2011
Intimiteit
‘Mama!’
‘Nee’, bedompt, het hoofd begraven in kussens. ‘t Is licht, maar liever niet.
‘Mama!’
‘Nee!’ Scheller, hoofd komt iets omhoog en ploft in het dons.
Zachtjes, bedachtzaam en uiterst voorzichtig, trippelen voetjes over de trap. Dichterbij. De deken opent zich en een warm, rank lichaampje vleit zich tegen me aan.
‘Het is licht mama’, zegt een zacht stemmetje tegen het begraven hoofd.
Ja, het is licht.
Daar hoor ik nog iets, trippel trappel. Iets minder bedachtzaam maar ook zachtjes, volgt kindje nummer 2.
De dekens worden gelift, en daar drukt een jongetje zich tegen me aan. Warm.
‘Mama, wanneer ga je opstaan?’
‘ Bijna.’ Een vrij hoofd.
Zacht aait een handje over mijn rug. En nog een.
‘Dit is jouw helft, deze is van mij.’
‘Ik heb korte nagels.’
‘Zachtjes Louk, niet mama krabben.’
‘Nee’, bedompt, het hoofd begraven in kussens. ‘t Is licht, maar liever niet.
‘Mama!’
‘Nee!’ Scheller, hoofd komt iets omhoog en ploft in het dons.
Zachtjes, bedachtzaam en uiterst voorzichtig, trippelen voetjes over de trap. Dichterbij. De deken opent zich en een warm, rank lichaampje vleit zich tegen me aan.
‘Het is licht mama’, zegt een zacht stemmetje tegen het begraven hoofd.
Ja, het is licht.
Daar hoor ik nog iets, trippel trappel. Iets minder bedachtzaam maar ook zachtjes, volgt kindje nummer 2.
De dekens worden gelift, en daar drukt een jongetje zich tegen me aan. Warm.
‘Mama, wanneer ga je opstaan?’
‘ Bijna.’ Een vrij hoofd.
Zacht aait een handje over mijn rug. En nog een.
‘Dit is jouw helft, deze is van mij.’
‘Ik heb korte nagels.’
‘Zachtjes Louk, niet mama krabben.’
Tuesday, April 5, 2011
Gastouder aan huis
Vanaf deze week hebben we officieel nog enkel een gastouder aan huis. Geen crèche, geen naschoolse opvang, enkel een geweldige vrouw die drie dagen per week ons gezin komt versterken. Een lot uit de loterij. Een wens die in vervulling gaat. De dagelijkse periferie-uren, voorheen gekenmerkt door haast en stress, zijn tegenwoordig momenten van samenzijn, rust en plezier.
Naast rust en regelmaat, brengt onze nieuwe situatie ook een ander aspect met zich mee. Met name in de rolverdeling tussen ouder en gastouder. Wat daarin van mij wordt verwacht, is nieuw en leerzaam. In principe ben ik een werkgever en wordt er van mij verwacht dat ik leiding geef, aan mijn werknemer. Ik mag zelf kiezen hoe, maar de consequenties daarvan zijn ook voor ons. Wij stellen kaders, geven richting, sturen bij en zijn meer dan ooit betrokken bij wat er tijdens onze afwezigheid overdag allemaal gebeurt. Deze manier van opvang komt veel dichterbij dan de crèche. Raakt mij meer, in alle opzichten.
We zochten naar een goede gastouder: prioriteit één is dat de kinderen samen met de gastouder de dagen op een goede manier invulling kunnen geven. Wat is goed? Gewoon, dat het leuk is, dat het veilig is, dat ze naar buiten gaan, dat ze aandacht krijgen, dat ze hier en daar ook wat worden opgevoed, dat ze gezond eten, dat er momenten van rust en activiteit zijn, dat er wordt gelezen, niet teveel TV kijken, puzzelen, zelf opruimen, knutselen…. dat het precies op de manier gaat zoals ik dat wil. Oftewel: kritisch en normatief. Maar alles vanuit goede intentie: er zeker van zijn dat het de kinderen goed zou gaan.
In het daadwerkelijk aansturen van de gastouder, sloeg deze directieve benadering al snel om in het besef hoe belangrijk het is dat de gastouder zich op haar gemak voelt en in staat is de kinderen een thuis te bieden, op haar manier, in ons huis. Met daarin de hamvraag: wanneer voelt de gastouder zich op haar gemak? Wat doe ik daarin? Hoeveel kaders zijn wenselijk? Deze insteek mondde binnen een mum van tijd uit in het halen van extra bananen op zaterdag en het opruimen van de voorraadkast omdat de gastouder daar zo een idee over heeft. Dienstbaar leiderschap, in letterlijke zin…
Bij leidinggevenden in mijn training kan ik scherp aangeven wat het effect is van gekozen gedrag in zijn/haar positie. Bij mezelf heb ik dat te onderzoeken en wordt ik verrast door het effect dat mijn handelen heeft. Zo leidde ons kader: minimaal suikergebruik, onverwachts tot enkel geheel suikervrije koekjes. En de oorspronkelijke weerzin tegen onze blokken tofu, die we zwijgzaam bleven aanvoeren, werd: I mastered the tofu today! En hoe onhandig om een evaluatiegesprek te beginnen met te laat komen door net wat meer file dan verwacht.
Het is een liefdevol project waarin we zoeken naar onze balans tussen bekende leiderschapsdilemma’s: hard op de inhoud versus zacht op de relatie / leidinggeven vanuit vertrouwen maar het nemen van de verantwoordelijkheid / motiveren van je mensen maar weten (en sturen) waar je naartoe wilt / uitvoeren van de taak en tegelijk aandacht voor en investeren in je mensen.... Erover weten is één, het doen is een ander. Jeetje wat lastig en wat een verschil kan het maken. Maar goed dat de Baak bestaat ;-)
Naast rust en regelmaat, brengt onze nieuwe situatie ook een ander aspect met zich mee. Met name in de rolverdeling tussen ouder en gastouder. Wat daarin van mij wordt verwacht, is nieuw en leerzaam. In principe ben ik een werkgever en wordt er van mij verwacht dat ik leiding geef, aan mijn werknemer. Ik mag zelf kiezen hoe, maar de consequenties daarvan zijn ook voor ons. Wij stellen kaders, geven richting, sturen bij en zijn meer dan ooit betrokken bij wat er tijdens onze afwezigheid overdag allemaal gebeurt. Deze manier van opvang komt veel dichterbij dan de crèche. Raakt mij meer, in alle opzichten.
We zochten naar een goede gastouder: prioriteit één is dat de kinderen samen met de gastouder de dagen op een goede manier invulling kunnen geven. Wat is goed? Gewoon, dat het leuk is, dat het veilig is, dat ze naar buiten gaan, dat ze aandacht krijgen, dat ze hier en daar ook wat worden opgevoed, dat ze gezond eten, dat er momenten van rust en activiteit zijn, dat er wordt gelezen, niet teveel TV kijken, puzzelen, zelf opruimen, knutselen…. dat het precies op de manier gaat zoals ik dat wil. Oftewel: kritisch en normatief. Maar alles vanuit goede intentie: er zeker van zijn dat het de kinderen goed zou gaan.
In het daadwerkelijk aansturen van de gastouder, sloeg deze directieve benadering al snel om in het besef hoe belangrijk het is dat de gastouder zich op haar gemak voelt en in staat is de kinderen een thuis te bieden, op haar manier, in ons huis. Met daarin de hamvraag: wanneer voelt de gastouder zich op haar gemak? Wat doe ik daarin? Hoeveel kaders zijn wenselijk? Deze insteek mondde binnen een mum van tijd uit in het halen van extra bananen op zaterdag en het opruimen van de voorraadkast omdat de gastouder daar zo een idee over heeft. Dienstbaar leiderschap, in letterlijke zin…
Bij leidinggevenden in mijn training kan ik scherp aangeven wat het effect is van gekozen gedrag in zijn/haar positie. Bij mezelf heb ik dat te onderzoeken en wordt ik verrast door het effect dat mijn handelen heeft. Zo leidde ons kader: minimaal suikergebruik, onverwachts tot enkel geheel suikervrije koekjes. En de oorspronkelijke weerzin tegen onze blokken tofu, die we zwijgzaam bleven aanvoeren, werd: I mastered the tofu today! En hoe onhandig om een evaluatiegesprek te beginnen met te laat komen door net wat meer file dan verwacht.
Het is een liefdevol project waarin we zoeken naar onze balans tussen bekende leiderschapsdilemma’s: hard op de inhoud versus zacht op de relatie / leidinggeven vanuit vertrouwen maar het nemen van de verantwoordelijkheid / motiveren van je mensen maar weten (en sturen) waar je naartoe wilt / uitvoeren van de taak en tegelijk aandacht voor en investeren in je mensen.... Erover weten is één, het doen is een ander. Jeetje wat lastig en wat een verschil kan het maken. Maar goed dat de Baak bestaat ;-)
Monday, March 21, 2011
Nieuw. Werken = Leren
Als ik zou willen, zou iedere minuut van de dag een leermoment kunnen zijn. Onafhankelijk van waar ik ben en wat ik doe. Een minuut van verwondering, nieuwsgierigheid, reflectie, bewustzijn en experimenteren. Het klinkt utopisch en onwijs irritant. Niemand wil ieder moment reflecteren om te leren. Soms doe je domme dingen en wil je door, soms weet je niet wat je doet en doet het er ook niet toe en vaak ben je met de volgende minuut begonnen als de 60 sec nog niet voorbij zijn. Maar theoretisch zou het kunnen.
Daar waar in trainingland deelnemers vaak uit hun leefomgeving worden gehaald om het leren te intensiveren (met zijn allen in een zaaltje), is het interessant te kijken hoe de wereld om hen heen in ultima forma kan fungeren als leeromgeving. Dus het leven benutten om het leren te intensiveren in plaats van andersom. In mijn ogen bevat het nieuwe leren die lading; leven = leren.
Het nieuwe werken schept hier wellicht de mogelijkheden voor. Daar waar werk en privé voorheen gescheiden waren (er werd gewerkt óp het werk, er waren vaste tijden voor werk en thuis, er waren collega’s én vrienden etc.), lijkt de grens tussen beiden flexibeler te worden, zowel qua tijd als locatie. Ik kan vanuit het café een offerte versturen of op de fiets een klant bellen.
Als je er op deze manier naar kijkt, kun je leven, leren en werken laten dansen. Het gaat dan niet meer om de werk/privé balans, waarbij twee polariteiten in een eenheid met elkaar worden vergeleken en zich tot elkaar moeten verhouden (vaak de eenheid ‘tijd’, of geld). Dansen gaat uit van een samenspel wat op elkaar afgestemd dient te worden. Samen mooier, spannender en moeilijker dan alleen. Het gaat om geven en nemen, leiden en volgen; een duurzame relatie tussen werken, leren en leven. Eigenlijk, zou ik iedere minuut willen dansen.
Daar waar in trainingland deelnemers vaak uit hun leefomgeving worden gehaald om het leren te intensiveren (met zijn allen in een zaaltje), is het interessant te kijken hoe de wereld om hen heen in ultima forma kan fungeren als leeromgeving. Dus het leven benutten om het leren te intensiveren in plaats van andersom. In mijn ogen bevat het nieuwe leren die lading; leven = leren.
Het nieuwe werken schept hier wellicht de mogelijkheden voor. Daar waar werk en privé voorheen gescheiden waren (er werd gewerkt óp het werk, er waren vaste tijden voor werk en thuis, er waren collega’s én vrienden etc.), lijkt de grens tussen beiden flexibeler te worden, zowel qua tijd als locatie. Ik kan vanuit het café een offerte versturen of op de fiets een klant bellen.
Als je er op deze manier naar kijkt, kun je leven, leren en werken laten dansen. Het gaat dan niet meer om de werk/privé balans, waarbij twee polariteiten in een eenheid met elkaar worden vergeleken en zich tot elkaar moeten verhouden (vaak de eenheid ‘tijd’, of geld). Dansen gaat uit van een samenspel wat op elkaar afgestemd dient te worden. Samen mooier, spannender en moeilijker dan alleen. Het gaat om geven en nemen, leiden en volgen; een duurzame relatie tussen werken, leren en leven. Eigenlijk, zou ik iedere minuut willen dansen.
Tuesday, April 27, 2010
Flexen in de speeltuin
Wij wachten nog op een plaatsje op de naschoolse opvang voor Dint op maandagmiddag. Tot die tijd wordt ze afwisselend door mama, papa, opa, oma, tante of oom van school gehaald. Een waar feest.
Dit keer was het mijn beurt. Ik begon in de ochtend met thuiswerken, had een heldere todo-list opgesteld en die bijna kunnen afronden voordat ik naar school moest. Maar het lullige van een todo-lijst is dat het uitvoeren van de todo's altijd weer nieuwe todo's oplevert. Net zoals het schrijven van een mail ook vaak weer een extra mail in je inbox betekent.
Dus, na de lunch aan het water met Dint, een stukje fietsen en een wandeling door het park, gingen we naar de speeltuin. Want de speeltuin is een ideale plek om nog wat mailtjes af te werken, even wat te lezen of desnoods een telefoontje te plegen, gezellige achergrondgeluiden breekt het ijs. En daar zat ik. Na heel hard te hebben geschommeld met Dint, haar te hebben geholpen op een klimrek en appelsap te hebben gekocht voor haar en haar vriendinnetje, pakte ik mijn blackberry en begon te scrollen, te tikken, te deleten, en te scrollen. Het geluid van spelende kinderen werkt verfrissend, doet mij sneller beslissingen maken.
Is dit ook het Nieuwe werken? Gewoon als je zin, tijd, een moment of een idee hebt direct hier iets mee kunnen doen? In combinatie met iets wat je al aan het doen was? Geïnspireerd door de omgeving? Door de mensen en geluiden om je heen? Na een half uur kwam de moeder van het vriedinnetje van Dint. Blackberry in de tas.
Dit keer was het mijn beurt. Ik begon in de ochtend met thuiswerken, had een heldere todo-list opgesteld en die bijna kunnen afronden voordat ik naar school moest. Maar het lullige van een todo-lijst is dat het uitvoeren van de todo's altijd weer nieuwe todo's oplevert. Net zoals het schrijven van een mail ook vaak weer een extra mail in je inbox betekent.
Dus, na de lunch aan het water met Dint, een stukje fietsen en een wandeling door het park, gingen we naar de speeltuin. Want de speeltuin is een ideale plek om nog wat mailtjes af te werken, even wat te lezen of desnoods een telefoontje te plegen, gezellige achergrondgeluiden breekt het ijs. En daar zat ik. Na heel hard te hebben geschommeld met Dint, haar te hebben geholpen op een klimrek en appelsap te hebben gekocht voor haar en haar vriendinnetje, pakte ik mijn blackberry en begon te scrollen, te tikken, te deleten, en te scrollen. Het geluid van spelende kinderen werkt verfrissend, doet mij sneller beslissingen maken.
Is dit ook het Nieuwe werken? Gewoon als je zin, tijd, een moment of een idee hebt direct hier iets mee kunnen doen? In combinatie met iets wat je al aan het doen was? Geïnspireerd door de omgeving? Door de mensen en geluiden om je heen? Na een half uur kwam de moeder van het vriedinnetje van Dint. Blackberry in de tas.
Subscribe to:
Posts (Atom)